Tips

#1 Zorg voor een goede start Als je wegrijd, let dan op dat je eerst je veiligheidsgordel aandoet, je stoel en spiegels in orde hebt, en je versnelling in zijn 1ste hebt staan voordat je start. En laat je motor rustig warm worden door rustig weg te rijden. In de winter dus nooit je ruiten ijsvrij krabben met een stationair draaiende motor. Een koude motor stationair laten draaien is slecht voor de motor en veroorzaakt veel uitstoot. Bovendien vinden de buren het niet leuk als je je ruiten schoonmaakt terwijl je auto stationair draait. Vermijd daarom ook om met koude motor te moeten manoeuvreren. Rij dus achteruit je garage binnen, of parkeer dus in de richting waarin je de volgende dag weer wegrijdt.

 

#2 Juist schakelen Schakel snel naar een hogere versnelling: tussen 1800 en 2500 toeren voor benzinewagens, en tussen 1500 en 2000 toeren voor een diesel. Op dit toerental wordt het vermogen van de wagen optimaal benut in relatie tot het verbruik. Dus niet het hoogste vermogen, maar wel het hoogste rendement, ofwel het hoogst mogelijke vermogen met het laagst mogelijk verbruik. Als je aan een constante snelheid rijdt, probeer dan in een zo hoog mogelijke versnelling te rijden. Op een vlakke weg kan je een constante aanhouden aan een toerental dat licht boven het stationaire toerental ligt. In een hogere versnelling draait je motor minder rond, en aangezien bij elke omwenteling brandstof in de motor wordt geïnjecteerd, verbruik je minder bij minder toeren. Opgelet : in een bergachtige omgeving, en zeker met een zware lading, kan je de motor overbelasten als je te lang probeert om de hoogste versnelling aan te houden.

 

#3 Anticiperen en remmen vermijden Kijk zo ver mogelijk vooruit. Wanneer je een obstakel of een kruispunt nadert of een afrit afgaat, laat het gaspedaal dan los. Blijf uitrijden in dezelfde versnelling, en schakel pas terug wanneer je opnieuw wilt versnellen. Als je remt, verspil je de energie die je tevoren opgewekt hebt en lijdt tot onnodige slijtage. De energie wordt omgezet in warmte door de remmen of door de motor. Als je uitrijdt zonder te ontkoppelen, wordt de brandstoftoevoer volledig afgesloten, en verbruik je dus niets.

 

#4 De gepaste snelheid kiezen Op de autosnelweg is 10 à 15 km/uur rustiger rijden al goed voor een vermindering van het verbruik met 1 liter per 100 km. De tijdswinst door harder te rijden is zo goed als te verwaarlozen. Dit komt omdat vanaf zowat 70 km/u de impact van de luchtweerstand exponentieel verhoogt. Ook het aanhouden van een gelijkmatige snelheid beperkt het verbruik sterk. Wel opletten: veiligheid gaat boven zuinigheid! Breng nooit anderen in gevaar door te traag te rijden. Hou de snelheid aan van de gemiddelde verkeersflow. Als je te traag rijdt, zal jouw winst sowieso tenietgedaan worden door het achterliggend verkeer dat moet afremmen en dan weer optrekken om je voorbij te rijden.

 

#5 Motor uit bij korte stops Al vanaf 30 seconden stilstand (bij een spoorwegovergang, brug, om iemand op te pikken, …) is het beter om de motor uit te zetten dan hem stationair te laten draaien. Een stationair draaiende motor zorgt voor extra slijtage en stoot veel CO2 uit. Als je opnieuw start, geef geen gas!. Het is een fabeltje dat het starten van je auto extra brandstof kost. Je doet niets anders dan de start/stop-systemen waar de autoconstructeurs nu mee uitpakken om het verbruik en de CO2-uitstoot naar beneden te krijgen. De rust die het uitschakelen van een motor brengt, krijg je er gratis bij.

 

#6 Beperk het sluipverbruik in de auto Accessoires als achterruitverwarming, mistlampen of airco doen het energieverbruik fors toenemen. Gebruik ze dus enkel indien echt nodig.

 

#7 Airconditioning versus open vensters Een verraderlijk gegeven! Airconditioning zorgt voor meerverbruik en dient dus vermeden worden als het kan. Maar open vensters veroorzaken bij hogere snelheden, vanaf zowat 60 km/u, een aanzienlijk meerverbruik door de verhoging van de luchtweerstand van de wagen. Aan te raden is om bij hogere snelheden gewoon de luchtverversing van de wagen, zonder airco, aan te zetten.

 

#8 Gebruik je boordapparatuur Toerenteller of boordcomputer helpen om de juiste versnelling te kiezen. Een navigatiesysteem helpt je om sneller je bestemming te bereiken als je de weg niet kent. Met cruisecontrol kan je makkelijker een gelijkmatige snelheid aanhouden. Wel opletten: veiligheid gaat boven alles! Breng nooit anderen in gevaar door meer aandacht aan de apparatuur te besteden dan aan het verkeer.

 

#9 Beperk gewicht en luchtweerstand Bagage op het dak, skibox, fietsen- of bagagerek verhogen de luchtweerstand en dus ook het verbruik. Ook bij extra gewicht in je auto gaat je verbruik omhoog. Dus laat geen zware dingen of bagage onnodig liggen in je auto.

 

#10 Hou je wagen technisch in orde Een slecht onderhouden wagen riskeert niet alleen meer te vervuilen en minder vlot te rijden. Zo’n wagen zal ook tot 5 % meer verbruiken ten opzichte van een wagen die goed onderhouden wordt. Je verzekert je er tegelijk ook van dat je langer met de wagen zal kunnen rijden, wat weer een hele besparing betekent.

 

#11 Bandenspanning controleren Een band, zelfs een nieuwe, verliest elke maand ongeveer 0,15 bar. Een te lage spanning veroorzaakt een hoger verbruik en zorgt voor minder grip op de weg. Hou dus je bandenspanning maandelijks op peil. De bandenspanning mag alleen gecontroleerd worden met koude banden. Doe dit enkel als je maximaal 3 km met koude banden hebt gereden, anders verhoogt de druk in de banden door de opwarming van de lucht.

 

#12 Noteer je brandstofverbruik Je weet pas wat je bespaart als je weet waar je begint. Noteer de kilometerstand en de hoeveelheid brandstof na elke tankbeurt, en je kan aan de hand van de gegevens een competitie met jezelf en met de andere gebruikers van de wagen beginnen. Neem dus een blaadje papier mee in de auto, zet het in je PDA of gebruik onze verbruik meter op deze website.

 

#13 Beperk je autogebruik De beste manier om het brandstofverbruik onder controle te houden is natuurlijk de wagen aan de kant te laten staan. Fiets, openbaar vervoer, carpoolen, … Keuze aan alternatieven te over!

 

#14 Vermijd korte ritten Met koude motor verbruikt een auto gemiddeld dubbel zoveel als normaal, en de verbranding is dikwijls minder volledig, zodat meer schadelijke stoffen de motor verlaten. Daarom is het aan te raden om de wagen voor korte afstanden thuis te laten.

 

#15 Vermijd de stad Steden zijn bij uitstek het territorium voor traag verkeer, waar verkeerslichten zich thuis voelen en het verbruik nog hoger ligt dan op de autoweg. Steden zijn ook een magneet voor files en tegelijkertijd de plaats waar de alternatieven, zoals openbaar vervoer, het best zijn uitgebouwd.

 

#16 De juiste aankoop Kies voor een auto met een lage milieu-impact. Bedenk goed wat voor wagen je echt nodig hebt, en waarvoor je hem gebruikt. Een goede indicatie voor de milieu-impact is het in de Europese unie verplichte energielabel voor nieuwe wagens. Daarop vind je een samenvatting van de C02-uitstoot en het verbruik.

 

#17 De OV-fiets Steeds populairder in Nederland is de OV-fiets. U gaat met het OV naar een station toe, en neemt daar een OV-fiets die vaak goedkoper is dat een tram of bus kaartje.

 

#18 Een deelauto In steeds meer steden staan deelauto’s (bijvoorbeeld Green Wheels), en op het platteland wordt Wheels4All steeds populairder. Het voordeel hiervan is dan u wel de lusten van een auto hebt, maar niet de lasten. Bovendien kunt u een bijvoorbeeld naar een plaats in Nederland met het openbaarvervoer en daar een deelauto huren. Bekijk ook: Officiele tips door AgentschapNL